Kenmerken van Daltonscholen.
 
kenmerken Helen Parkhurst Essentie


Visie op het kind, het mensbeeld.

"In het boek "De wereld van het kind" (1951) maakt Helen Parkhurst duidelijk hoe elk kind probeert de omgeving zo goed mogelijk te begrijpen en hiermee positief om te gaan. Bovendien verheldert zij hoe kinderen en volwassenen op een "pedagogische wijze" met elkaar en de omgeving zouden kunnen omgaan. Essentieel is dat elke volwassene een veilig, ondersteunend klimaat biedt voor het exploreren, begrijpen en zo zelfstandig mogelijk omgaan met de omgeving. Door elk kind te benaderen als een "open, communicatief en redelijk" mens wordt het de gelegenheid geboden tot persoonlijke en sociale groei." (Dr. T. Mooij)

Dalton gaat uit van het gegeven dat elke mens in staat is tot het dragen van verantwoordelijkheid voor zichzelf en voor zijn omgeving. Dalton voedt op tot een democratische grondhouding. De mens staat centraal en men heeft vertrouwen in de positieve bedoelingen van het individu. Het individu wordt altijd gezien in zijn relatie tot de sociale context. Er is sprake van een spanningsveld tussen de belangen van het individu en van de groep. Het kind zal daarbij leren zijn positie te bepalen. Daltonscholen kiezen in de eerste plaats voor de ontwikkeling van de jonge mens en geven vervolgens aandacht aan de maatschappelijke mogelijkheden die met de kerndoelen worden geschapen. Daarmee wordt een goed functionerende burger in een democratische samenleving gevormd. Dit is de grondhouding waarmee de school het gedrag van personeel, van leerlingen en van ouders spiegelt.

De eindverantwoordelijkheid ligt bij de mens zelf, omdat het individu zelf inschat welke positie het inneemt tegenover de vragen van het leven die het dient te beantwoorden. Uitdagen tot leren is uitdagen tot leven. In een Daltonschool overheerst het respect voor de leerling als mens. Het kind is in staat tot het dragen van verantwoordelijkheid voor zijn eigen ontwikkeling en wordt daardoor ook bij
het leren serieus genomen. Daltonscholen vertrouwen hun leerlingen in het verantwoord te werk gaan en hebben daarop ook hun schoolorganisatie gebaseerd.

Pedagogische principes.

De pedagogiek van Helen Parkhurst kan als volgt kort geschetst worden. Zij luistert heel goed naar wat kinderen zeggen en hoe zij het zeggen. Zij stimuleert ook het onderlinge luisteren van kinderen. Dit "echt luisteren naar elkaar" is een voorwaarde voor het tot stand komen van echte communicatie. Tijdens het proces van communicatie is zij steeds gericht op het doel waartoe een activiteit van een kind of een activiteit samen met kinderen moet leiden. Met open vragen stuurt zij de aandacht en het zelf denken van de kinderen. Indien nodig zijn stimulerende materialen aanwezig of kunnen deze in onderling overleg gemaakt of uitgezocht worden. De gezamenlijke probleemanalyse van de kinderen is hierbij doorslaggevend. Belangrijk is dat een "juiste" oplossing nooit wordt "voorgezegd" of gegeven door de ouder, leerkracht of methode.

Het leidende pedagogische principe vloeit voort uit het mensbeeld. Het gaat ervan uit dat een kind verantwoordelijkheid kan en moet dragen voor het leerproces dat het aangaat. Er is de overtuiging dat een leerling vrijheid kan hanteren, waarbij gradaties van vrijheid zijn te onderscheiden in diverse domeinen. In elk van die domeinen kunnen leerlingen keuzes maken. Het is de taak van de opvoeders in de school de leerlingen te helpen hun eigen kwaliteiten te ontwikkelen. Er wordt gewerkt aan de ontwikkeling van de creativiteit van de leerlingen, ook in hun denken. Dat betekent dat we geloven in het vermogen van de mensen om hun eigen kwaliteiten te ontwikkelen. Dit krijgt vorm in de normen die op school gehanteerd worden, in de ethiek van de school. De vrijheid van het individu eindigt waar die van de ander begint. Vervolgens hangt het van de vaardigheden van de individuen af hoe die grenzen eventueel verschuiven. Er is niets onherroepelijks in het stellen van grenzen. Met die relatieve onzekerheid moet men als opvoeder en als leerling kunnen omgaan. Het vraagt van de leerling om voldoende assertieve vaardigheden te verwerven (zelfstandigheid) en van de opvoeders om vanuit de Daltonprincipes het klimaat te bewaken waarin de leerlingen experimenteren in de "minimaatschappij" die de school vormt. Die vaardigheden zijn gebaseerd op het vermogen om de situatie in ogenschouw te nemen en in goed overleg een oplossing te vinden met oog voor elkaars belangen. Het kan niet anders dan dat de explorerende leerling wordt benaderd van uit een houding van wederzijds respect, hetgeen nadrukkelijk in het schoolklimaat tot uitdrukking komt.

Onderwijskundige principes.

In 1922 geeft Helen Parkhurst in haar boek "Education on the Daltonplan" een onderwijskundige invulling van bovengenoemde pedagogische uitgangspunten. Het leidende onderwijskundige principe is dat het kind zelfontdekkend leert. Om dat te kunnen, moet het de taak(contract) kunnen overzien. Het moet weten wat het leerdoel is en aan welke normen het moet voldoen. Op grond daarvan schat het in hoeveel werk het met welke middelen moet verrichten en hoe het gestelde probleem zal oplossen. Het bepalen van het eigen tempo is daarbij van belang. Het leerdoel wordt bepaald door de eisen van de overheid (kerndoelen), de eisen van de samenleving en door het schoolplan, het beleidsplan en andere documenten binnen de school.

Het schoolplan dient zo opgesteld te zijn dat de leerling in toenemende mate verantwoordelijkheid draagt voor het eigen leerproces. Daarbij kan een fasering gevolgd worden die de leerling helpt daarop te reflecteren. Hij moet kunnen vaststellen hoe ver hij is, zonder dat het nodig is dat hij elke fase ook in een voorgeschreven volgorde doorloopt. Die fasering is nl. kunstmatig en dient slechts als kader en niet als voorgeschreven ontwikkelingslijn. Zelfverantwoordelijk leren staat bij Dalton in een pedagogische context. Als er meer verantwoordelijkheid gegeven wordt, krijgt de leerling meer mogelijkheden zelfstandig te leren. Hoe zelfstandiger de leerling, hoe meer verantwoordelijkheid hij kan leren dragen. Naar mate de leerling vordert in het leerproces kan de rol van de leraar steeds meer die van begeleider worden.

Naarmate er een ontwikkeling plaatsvindt naar zelfverantwoordelijk leren zullen er steeds meer keuzes gemaakt worden in:
* tempo van leren en verwerken van de speel/leerstof.
* volgorde van vakken en taken.
* de leerweg, waarbij het einddoel vaststaat.
* leerstrategie, toegepast op de leerstof.
* werkplek
* tijdstip waarop elke taak wordt opgepakt.
* partners bij het leren: leraren of medeleerlingen.
* activiteiten, al of niet vakgebonden activiteiten.

Verder zullen er afspraken gemaakt moeten worden over:
* controle op de eigen leerresultaten.
* verantwoording van de eigen leerresultaten.

Hoe ruimer de vrijheid, hoe flexibeler de organisatie. Naarmate men meer ruimte toestaat, worden de functie van de leerkracht naar de leerling verschoven. De leraar heeft zijn eigen verantwoordelijkheid en heeft recht op een eigen positie in relatie tot de leerlingen.

Kenmerken van de onderwijsorganisatie.

De onderwijskundige en pedagogische principes dienen hun vertaling te krijgen in de schoolorganisatie. De organisatie kan worden omschreven in optisch waarneembare activiteiten, waarbij het klassenverband kan worden doorbroken:

Alle leerlingen verwerken een deel van de leerstof zelf,
* al of niet in samenwerking met medeleerlingen,
* naar keuze met of zonder begeleiding van een docent,
* op een zelf gekozen werkplek in de school.

Zij verantwoorden en evalueren zelf het leerproces en het leerresultaat binnen de reguliere lestijd. Het percentage van de werktijd op school moet voldoende zijn om de hierboven genoemde wijze te realiseren.

Er wordt per definitie een TAAK opgegeven die meer omvat dan het werk voor dat bepaalde moment en "voor de volgende keer" (leerstofplanning). Daar door is de leerling in staat zich een oordeel te vormen over de stappen die hij moet zetten om dagtaak, weektaak, maandtaak en jaartaak tot een goed einde te brengen.

In de dagdeling van een Daltonschool is aantoonbare ruimte voor leerlingen om volgens eigen inzichten bezig te zijn. Daltonscholen organiseren die ruimte o.a. in een Daltonstrook in het rooster. Overigens is de mate van flexibiliteit in de pedagogische uitgangspunten niet alleen zichtbaar in het rooster, maar ook in de praktische aanpak in de z.g. klassikale lessen. Scholen met een vrij werkuur zijn nog geen Daltonscholen. De schoolorganisatie dient de mogelijkheid te scheppen zodat op basis van de pedagogische en onderwijskundige principes gewerkt kan worden.

UP